Hej alla!
in dit bericht zal ik vertellen over mijn tocht in het Noorden van Zweden, waarbij ik het

Zuidelijkste gedeelte van de Kungsleden (het koningspad) volgde.
Het bestaat eigenlijk uit drie delen.
Het noordelijke deel begint in Abisko en gaat eerst door het gebied rond de Kebnekaise, de hoogste berg van Zweden. Het loopt door tot in Kvikkjokk. Dit is ook het oudste gedeelte van het pad.
Het zuidelijke deel is het deel dat ik gedaan heb. Het loopt van Hemavan naar Ammarnäs (of andersom uiteraard).
Die twee delen zijn later verbonden tot een pad van ca. 430km. Daarvoor was een extra stuk tussen Ammarnäs en Kvikkjokk nodig. De voorzieningen op dit deel van de tocht zijn vrij beperkt (geen volledig uitgeruste hutten e.d.)
Op 31 mei had ik nog een korte presentatie over mijn particle system werkstuk. In de dagen ervoor had ik al mijn kot opgeruimd, grondig uitgekuist en alle bagage die ik niet nodig zou hebben bij een vriendelijke buur ondergebracht. Op die manier was ik dus klaar om nog diezelfde avond te vertrekken met de trein. Door omstandigheden had ik geen slaapplaats in de trein kunnen bemachtigen. Ik moest het met een zetel stellen. Niet echt geweldig om te slapen, maar het was het transport dat telde. De trip begon al goed: de trein was meer dan een kwartier te laat.
1 juni: de heenreis
Blijkbaar liep gedurende de nacht de vertraging nog op, want ik kwam aan in Umeå met meer dan een uur vertraging, zodat ik mijn bus miste (in Zweden boek je voor een welbepaalde rit). Alle andere passagiers kregen ter vervanging een taxirit aangeboden, maar voor mij was dat blijkbaar niet voorzien. Ik scheen te ontbreken op een of andere lijst...
Bellen naar SJ (de Zweedse NMBS) dan maar. Afgezien van het feit dat ze me eerst 5 minuten op de eerste plaats in de wachtrij lieten wachten (het was 7u 's morgens) en zo mijn belkrediet opmaakten, waren ze best vriendelijk en deden een gratis herboeking van mijn ticket. Helaas dacht men dat ik me in het centraal station bevond terwijl ik in het Oost-station was. De bus die hij me voorstelde kwam op een ander uur dan verwacht en ik liep die dus mis. Uiteindelijk kon ik gewoon mijn ticket herbruiken om 12u (de buschauffeurs doen doorgaans gelukkig niet zo moeilijk). Pfiew!
Het volgende gedeelte van de reis was heel mooi, met prachtige landschappen. Ook het weer droeg hiertoe bij: het was echt zomers. De streek was erg bosachtig met vooral naald- en berkenbomen. Af en toe kwam er wel eens een rendier opduiken. Naar het einde van de rit toe kwamen er groene heuvels in zicht en nog later bergen met besneeuwde toppen. Een belofte voor een mooie tocht!

Ten lange leste kwam ik in Hemavan aan om 18u30 ipv de oorspronkelijk geplande 13u10. Hemavan is een klein stadje dat in winter en zomer bezocht wordt door toeristen. Ik kwam echter net tussen de seizoenen in. Dit had ook tot gevolg dat de berghutten die verder langs de Kungsleden lagen onbemand waren.
Omdat de jeugdherberg al dicht was, besloot ik maar alvast aan de tocht te beginnen. Ik wou normaal gezien al een eerste traject afgelegd hebben op, maar omdat ik zo laat aankwam, veranderde ik dat plan naar het zoeken van een geschikte plaats om te slapen.
Hoewel het misschien enigszins naïef was, was ik toch verbaasd over het feit dat ik na een honderdtal meter al een sneeuwplek tegenkwam.

Ik had de vertraging van de lente ten opzichte van Stockholm niet helemaal goed ingeschat. Op koude was ik echter wel voorzien, de vele sneeuw en het overvloedige water waren gewoon een beetje onverwacht. Die avond ging ik dus een stuk de berg op tot aan een drassig weideland met sneeuwplekken. Daar stond ook een hutje waar ik mijn avondmaal kon klaarmaken (lang leve gevriesdroogd voedsel). Ik kreeg gezelschap van twee ronddolende rendieren.

Op dit punt aangekomen werd de route een beetje onduidelijk dus trok ik maar wat op verkenning. Het probleem was enerzijds dat bepaalde tekens bedekt waren met sneeuw, maar ook dat er verschillende routes samenkwamen en die hadden elk vaak nog een zomer- en wintertraject. Reken daar nog skiliften en de bijbehorende paden bij en enige chaos is het resultaat. Met kaart en kompas slaagde ik er echter in het juiste pad te vinden.
Tijdens mijn zoektocht stuitte ik op een ander hutje, iets verder in het bos. Dat leverde een betere beschutting dus ik besloot daar de nacht door te brengen. Uiteraard brengt het verblijven in zo'n hut enig ongemak met zich mee. Het vervelendste was mijn muizenjacht. Af en toe schrok ik wakker van geritsel en joeg dan de muizen weg van mijn bagage (en een enkele keer ook van mijn slaapzak). Na enige tijd hing ik mijn rugzak alvast in de lucht aan een touw, kwestie van de drempel voor de arme beestjes was te vergroten... Geen geweldige nachtrust alles bijeen genomen.
2 juni: Ammarnäs - Viterkalsstuga - Syterstuga
De kungsleden wordt beheerd door STF (Svenska Turistföreningen). Zij hebben een aantal berghutten gebouwd waar reizigers kunnen verblijven. Tussen de seizoenen in zijn die echter onbemand. Er blijft alleen een 'noodkamer' open. Daarom had ik ook een tent mee.
De afstanden tussen de hutten zijn relatief klein op het zuidelijk gedeelte. Dit deel wordt dan ook vaak bewandeld door families gedurende de zomer. Elke hut voorziet op dat moment ook proviand dus zware bagage is niet nodig. Wel in mijn geval dus. Gedurende de ongeveer 100km die ik aflegde was er nergens bevoorrading.
Oorspronkelijk had ik op 1 juli al tot de Viterkalsstuga willen gaan ('stuga' is een Zweeds woord voor hut), een etappe van 11 km. Dat was dus niet gelukt. Niet dat ik een strak tijdsschema had: ik had bijna dubbel zo veel tijd voorzien als eigenlijk nodig om de tocht af te ronden. Dat mede omdat ik had verwacht dat de omstandigheden iets beter zouden zijn, zodat af en toe aangenaam verpozen leuk zou zijn.
Het eerste deel van mijn tocht leidde me verder de berg op, naar de plaats waar de skiliften aankomen. Op dat stuk liep ik al volop in de sneeuw. Een gevolg hiervan is dat je af en toe wat

wegzakt. Op zich is dat niet zo erg, maar daar komt bij dat het dooiseizoen ingetreden is. Je hoort regelmatig smeltriviertjes onder het sneeuwpak. Soms komen die ook aan de oppervlakte. Ik moest ze regelmatig oversteken om de tekens die het winterpad aangaven te kunnen volgen - het zomerpad was onzichtbaar vanwege de sneeuw, althans op dit stuk.
Natuurlijk loop je hier en daar het risico op zgn 'sneeuwbruggen'. Een vrij dunne overspanning van sneeuw over het water. Als je daar doorzakt heb je minstens een natte voet. Geheel volgens de Wet van Murphy liep ik dus algauw met een ondergelopen bottine rond. Negeren (voor even toch)!
Tegen de namiddag kwam ik aan bij de eerste hut, de Viterkaletstuga. Het was buiten niet echt koud, zeker niet als je in beweging bleef.

's Nachts in de hut was het frisjes, maar anders viel het mee. Ik schat een graad of zeven à tien. Desondanks was het toch leuk om even de hut binnen te gaan om daar middageten te nuttigen. Je kon er een vuur aanmaken, maar omdat ik geen plannen had om lang te blijven liet ik dat maar zo. Het was wel een goede gelegenheid om van sokken te wisselen (die waren immers doorweekt). Helaas droogde mijn schoen daarmee niet.
Soit, het volgende doel van de tocht was de Syterstuga, een etappe van 12km. De aard van de route veranderde niet veel. Het aantal smeltstromen en sneeuwbruggen nam echter nog toe.

Af en toe liep ik gewoon over een sneeuwvlakte. Dit gaf soms een mooi uitzicht, hoewel de wolken wat roet in het eten strooiden. Ter variatie doken er regelmatig wat drassige grasstroken op en een enkele keer ook steenvlaktes. Geleidelijk aan verslechterde het weer echter.
Rond 15u bereikte ik een schuilhut. De wind had intussen stormallures aangenomen en voerde regen met zich mee, de eenzame wandelaar teisterend. Na een halfuurtje was er even een adempauze en ging ik maar verder. Mijn doorweekte bottine had mijn nieuwe sok intussen al goed doordrenkt.
Het lastigste gedeelte was op het einde. Om de hut te bereiken moest je een volledig besneeuwde kam oversteken. Bij quasi elke stap zakte ik tot over mijn knieën weg en af en toe kon ik 'sneeuwzwemmen' d.w.z. ploeteren om uit een sneeuwhol te geraken. Het gevaar was echter steeds beperkt en hoewel onvermijdelijk toch redelijk voorspelbaar. Naast de sneeuw was er ook nog een harde wind die regen in het gezicht zwiepte en ijskoud aanvoelde op niet bedekte lichaamsdelen (bv gezicht). Gelukkig had ik er aan gedacht handschoenen en een muts aan te trekken in de rusthut.
Rond 18u kwam ik aan bij de Syterstuga. Ik bleek niet de enige gast te zijn. Er waren al twee vrouwen, collega's, die de tocht ook hadden aangevat. Ik wist wel al langer dat er mensen voor me waren

en dat ik op ze inliep door de sporen die ze achterlieten in de sneeuw. In feite waren die heel handig. Enerzijds om het pad aan te duiden (soms is dat even zoeken in geval van het zomerpad) en anderzijds om de sneeuwdiepte te peilen waar zij gingen en indien nodig een andere route te kiezen. Een ander voordeel was dat de hut al warm was: ze hadden de kachel aangestoken. Ik kon mijn spullen dus deels laten drogen en mij wijden aan mijn avondeten. Het deed deugd om na een vermoeiende dag gezellig binnen te zitten en later in een warm bed onder de wol (nou ja, in mijn slaapzak dan) te duiken.
3 juni: Syter - Tarnasjö - Åiken
De etappe die ik voor vandaag gepland had liep tot aan de volgende hut, de Tarnasjöstuga. Omdat die slecht 14km ver was, kon ik het me veroorloven om iets later te vertrekken. Mijn medebewoners gingen er wel iets vroeger vandoor. Overigens, heeft iemand van jullie zich ooit al eens met aanstromend smeltwater gewassen? Laat ik het omschrijven als 'verfrissend'.
De weg naar de hut was vlakker en lager gelegen dan de etappe naar Syter. Dit zorgde ervoor dat er minder sneeuw was. Natuurlijk was

het daardoor ook erg modderig en moerassig. Soms is het dan even zoeken naar een iet of wat droge route. Op bepaalde delen waren er knuppelpaadjes aangelegd, welbekend aan diegenen die ooit eens in de Ardennen zijn gaan wandelen.
's Ochtends moest ik ook een hele reeks eilandjes oversteken. Daarvoor waren verschillende bruggen aangelegd, de ene al wat steviger dan de andere. Het was een mooi uitzicht, maar ik denk dat het in de zomer nog meer de moeite waard moet zijn. Nog een reden om ooit eens naar Zweden terug te keren.

Voor mijn middageten ontdekte ik een idyllische plek. Nu ja, het hangt er wat van af welke richting je op keek. Iets van het pad, aan de rand van een groot meer, stonden een aantal hutjes die in de zomer blijkbaar door particulieren gebruikt worden als verblijfplaats. Er lag nogal wat afval. Daar stond tegenover dat het zicht op het meer wel heel bijzonder was, wat veel goedmaakte. De zon brak zelfs even door!
Met het afdalen vanaf de hut kwam men meer in bosgebied terecht. De bomen waren echter nog allemaal erg kaal aangezien het om loofbomen ging. De route ging op dezelfde manier voort tot aan

de Tarnasjöstuga, met hier en daar knuppelpaden, stenige bospaadjes en af en toe en enkeldiepe sneeuwplek.
Toen ik aankwam aan de hut waren mijn twee medetrekkers net achter me (we hadden elkaar een paar keer ingehaald toen we beiden aan het lunchen waren). De Tarnasjöstuga is gelegen aan een meer en wordt in de zomer denkelijk gebruikt als centrum voor allerlei wateractiviteiten. Er lagen alleszins toch wat boten op de wal. Ik besloot nog wat verder noordwaarts te trekken, weg van de Kungsleden. Bij Åiken, 8km verder, zou een kleine hut staan waar ik voor de nacht kon blijven. Het soort hut kan men ruwweg inschatten door af te gaan op het symbool op de kaart.
Het was nog een mooi verlengde van de tocht. Åiken lag iets hoger dan de stuga, dus bij het weggaan kreeg ik een mooi uitzicht over het meer. Ook dit pad ging vrijwel voortdurend door een bladerloos berkenbos en hielp de wandelaar door knuppelpaden aan te bieden. Ik moest ook drie stromen oversteken. Bij een ervan was de brug duidelijk nog in de (pre)constructiefase: al het materiaal was geleverd, maar er was nog niets gebouwd. Ik moest me dus maar behelpen met een van de planken die er lagen want de afstand was net iets te ver om te springen met een trekkersrugzak op je rug.
Tenslotte kwam ik aan bij de hut, op 5 minuutjes wandelen van een stroompje. Het bleek een Samihut

te zijn. De Sami worden bij ons ook wel eens 'Lappen' genoemd. Het zijn de oorspronkelijke bewoners van Lapland en staan vooral bekend als rendierhoeders.
Hun hutten hebben een gat in het dak voor de rook, maar ik vond eigenlijk niet dat dat zo goed werkte. Normaal kan je die gaten ook afsluiten als het regenachtig wordt, maar omdat er niets was om dat te doen, was ik verplicht wat naar de kant te rollen om het neervallende water te ontwijken. Uiteraard waren mijn kleine knagende vrienden ook hier van de partij. O ja, vermeldde ik al dat mijn voeten opnieuw doorweekt waren en daar langzaamaan onder begonnen lijden (pezen, voetzolen enz je weet wel)? Zo sliep ik een onrustige slaap.
4 juni: Åiken - Tarnasjö - Serve
Het inpakken van mijn materiaal (en het ontbijten) 's morgens bleek nog niet zo eenvoudig. Ik moest er immers voor zorgen dat alles min of meer droog bleef ondanks het lekkende gat in het dak. Verder waren mijn schoenen nog steeds doorweekt. De oplossing: twee lagen sokken, met daartussen een plastic zak. Natuurlijk is dat dan weer niet ideaal voor verluchting en het helpt ook niet echt als ik weer diep in het water zou plonzen, maar tijdelijk kon het wel helpen.
Het eerste deel van mijn weg was dezelfde 8km als de dag ervoor, zij het dan in omgekeerde richting.

De nachtelijke regen had de weg er niet eenvoudiger op gemaakt. Het paadje was vaak herschapen tot een stroompje en ik kon mijn kunsten als 'eilandjeshopper' nog eens goed trainen in een poging tenminste een beetje op de vaste grond te blijven. Voorts maakte de regen alles een beetje gladder, in het bijzonder de plank die ik over de rivier had gelegd om als brug te dienen. Wonder boven wonder viel ik er niet in en bereikte tegen de vroege middag opnieuw de Tarnasjöhut zodat ik comfortabel kon lunchen.
In de namiddag zette ik koers naar de volgende hut (Serve), een tocht van 14km.

Het was een mooi landschap en voor de eerste keer sinds het begin van mijn tocht was er meer blauwe lucht te zien dan wolken: eindelijk eens wat zon! De weg ging over enkele bergkammen, maar slingerde zich toch voor het grootste deel tussen de bergen door met slechts beperkte hoogteverschillen. Er waren wel weer meer sneeuwplekken, en vaak vrij groot.
Kort nadat ik op weg was gegaan kreeg ik te kampen met een buitengewoon sterke rugwind die me letterlijk vooruit stuwde. Het was bijna onmogelijk om stil te blijven staan. Omdat er wel veel

mooie uitzichten waren, wilde ik me af en toe wel eens omdraaien om een foto te nemen. In zo'n geval blies de wind me echter bijna van mijn sokken! Het grootste probleem was dat er geen enkele plek was om even uit de wind te zitten voor een uur of drie/vier aan een stuk. Bovendien tartte de wind alle wetten van de fysica en besloot als ik een kam overstak om daarachter toch lustig verder pal in mijn rug te blijven blazen. Tja, het had erger gekund. Stel je eenzelfde tegenwind voor, eventueel nog beladen met regen...
Misschien had ik dat laatste beter niet gedacht. Het laatste stuk van mijn tocht ging door een moerassig bos (of toch een verzameling bomen) waarin van een weg niet veel meer te ontdekken

viel. Ik zocht dan zelf maar zo goed en zo kwaad als het ging naar een pad erdoorheen. De wind hield aan en bracht zelfs enkele sneeuwvlokken met zich mee. Het kostte nog de nodige moeite (en andermaal een natte voet) vooraleer ik ten slotte bij de hut aankwam.
In de hut stookte ik de kachel meteen flink op. In mijn verlangen om al mijn spullen eindelijk een deftig te drogen liepen enkele zaken zelfs schroeivlekken op. Het was het wel waard.
's Avonds had ik zelf de mogelijkheid om nog eens een Nederlandstalig boek te lezen: wonder boven wonder zat er een in de (mini-)hutbibliotheek.
Morgen volgt de rest van het verhaal. Een klassieke come-and-see-next-week truc.